Defensie zet in op meer ai, cyberspace en robotica

19-11-2018

Ook meer toezicht op buitenlandse overnames defensie-tech

Defensie verscherpt de aandacht voor technische onderwerpen als ai, cyberspace en robotica. Bovendien wil de krijgsmacht eenvoudiger Nederlandse bedrijven en onderzoeksinstellingen voorrang geven bij aanbestedingen en vaker dienen als eerste afnemer (launching customer) van nieuwe technologie. Dat staat in strategische plannen over de ontwikkeling van defensie en samenwerking met de industrie.  
 
Ook kijkt defensie kritischer naar buitenlandse overnames in de Nederlandse defensie- en veiligheidsindustrie om zo de Nederlandse veiligheidsbelangen te beschermen. De plannen staan in de Defensie Industrie Strategie (DIS) waarin de overheid, het bedrijfsleven en kennisinstellingen de basis vastleggen die defensie nodig heeft om zelfstandig op te kunnen treden. In de documenten staan doelstellingen, keuzes en strategieën die defensie maakt in de ontwikkeling van nieuw materiaal, samenwerking met de industrie en de inzet van middelen.

Een voorbeeld is de ontwikkeling van sensorsysteem dat zoveel mogelijk in Nederland wordt ontwikkeld en onderhouden. Ook geeft defensie aan dat Nederland de ambitie heeft onbemande luchtvaartuigen (uav’s) en satellieten voor inlichtingenfuncties te produceren.

In een overzicht van het gewenste betrokkenheidsniveau voor verschillende technische ontwikkelingen staan ondermeer ai, cyber en robotica genoemd. Voor ai, cyber, elektromagnetische analyse en cybercomputing geldt dat defensie voor ongeveer twee derde deel inzet op  ‘mee-ontwikkelen’. Defensie, de kennisinstituten en bedrijven participeren daarbij in de (verdere) ontwikkeling van het gebied om de richting en timing van die ontwikkeling mee te bepalen. 

Voor het overige deel (een derde) geldt de strategie ‘actief volgen’. De krijgsmacht: 'Technologie is belangrijk voor de effectieve uitvoering van de militaire taken, maar de ontwikkeling zelf ligt vooral buiten het defensiedomein. De ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd.’ Op het vlak van robotoca en autonome systemen ligt de verhouding ‘mee-ontwikkelen en actief volgen’ ongeveer vijftig-vijftig procent.

Meer informatie