DINL: Kabinet mist visie op digitale infrastructuur

16 september 2020

De digitale infrastructuur en de cybersecurity komen er in de Miljoenennota bekaaid van af. Het kabinet onderstreept wel het belang hiervan, maar voor stimulering ontbreken de middelen. Dat constateert Michiel Steltman, directeur stichting Digitale Infrastructuur Nederland (DINL).

Michiel Steltman, directeur stichting Digitale Infrastructuur Nederland (DINL), constateert een volledige impasse op dit gebied. In zijn ogen heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) het er ditmaal erg bij laten zitten.  Zo is herhaaldelijk de wenselijkheid uitgesproken het Nederlandse bedrijfsleven digitaal weerbaarder te maken. Steltman: ‘Maar het Digital Trust Centre (DTC) die deze taak heeft, wordt met een fooi afgescheept. En dat terwijl het ministerie van Justitie tientallen miljoenen uitgeeft om de cybersecurity bij de overheid te vergroten.’  Ook ontbreken stimulerende maatregelen ter verbetering van de digitale infrastructuur. De Miljoenennota steekt regelmatig de loftrompet over de kwaliteit hiervan, maar Steltman heeft de indruk dat Nederland wel erg op zijn lauweren rust.  Vrijwel alle grote datacenters zijn inmiddels in buitenlandse handen overgegaan, constateert hij. In de hostingsector is sprake van een sterke consolidatieslag. ‘Nederlandse bedrijven breken niet door. We moeten het doen met een handjevol unicorns,’ aldus de DINL-directeur.  De afgelopen tijd klinkt vaak de roep om meer soevereiniteit voor de EU. We zouden teveel afhankelijk zijn van Amerikaanse grootmachten. Maar de overheid heeft geen visie op dit gebied, laat staan dat initiatieven met geld worden ondersteund. 'We spreken met de overheid over het Gaia-X initiatief om ook de Nederlandse cloudindustrie te versterken, maar het tempo ligt nog laag terwijl gebruik van de publieke cloud met de dag groeit', merkt hij.
 

Groeifonds

Even had Steltman de hoop dat de Nederlandse digitale infrastructuur gebaat zou zijn met het Groeifonds van twintig miljard euro. Maar in de begrotingsstukken wordt alleen over connectiviteit in de klassieke zin gesproken. En dan wordt voornamelijk gekeken naar verbindingen in buitengebieden. Steltman mist een visie op betere verbindingen naar het buitenland. Met name bij de aanleg van nieuwe zeekabels dreigt Nederland te worden overvleugeld door andere landen. Op telecomgebied beperkt de rol van Economische Zaken zich tot het ophalen van geld middels het veilen van frequenties, aldus Steltman. De overheidsinvesteringen zijn nihil. In feite wordt alles overgelaten aan het bedrijfsleven. Vooral op het mkb rust een zware last.  Steltman constateert dat de overheid zich alleen druk maakt om de traditionele investeringen in de fysieke infrastructuur zoals wegen, het spoor en Schiphol. Door de enorme opkomst van het thuiswerken zou je verwachten dat het accent verschuift naar digitaal, aldus Steltman. Maar op digitaal gebied investeert de overheid zelf niet. De infrastructuur hiervoor moet het bedrijfsleven helemaal op eigen kracht realiseren', zo besluit hij.