Geen overeenstemming over Europese ontwikkeling tracing apps coronavirus

14 mei 2020

EU-ministers zijn het erover eens dat er een mobiele applicatie voor het opsporen en volgen van het coronavirus nodig is voordat de Europese grenzen weer open kunnen gaan. Maar er is geen overeenstemming over hoe die apps zouden moeten werken en worden ingezet. Op een bijeenkomst van de informele Raad Telecommunicatie konden de aanwezige bewindspersonen geen overeenstemming bereiken over een Europese aanpak. Frankrijk en het VK zijn al begonnen met proeven met ‘tracing apps’. Een artikel van New Europe vertelt daar meer over. Een artikel van MIT Technology Review zet alle pogingen in de wereld op een rij om tracing apps te maken en introduceren. Een artikel van Brookings plaatst kritische kanttekeningen bij het nut en de functionaliteit van tracing apps. Een artikel van McKinsey doet aanbevelingen over hoe je het nut zo groot mogelijk kunt maken. Een artikel van TechUK zet uiteen hoe de overheid het collectieve vertrouwen in de apps zou kunnen bevorderen. EIT Digital denkt dat ‘tokens’, slimme doosjes die gegevens kunnen zenden en ontvangen, een kans verdienen als middel om coronabesmettingen op te sporen. Dat betoogt de leider van het programma, de in Groningen woonachtige hoogleraar Willem Jonker, in een artikel van het Dagblad van het Noorden (DvhN). Een in België ontwikkelde armband met zo’n token wordt momenteel uitgeprobeerd in de Haven van Antwerpen. Een artikel van The Atlantic legt uit waarom tracing apps niet hét middel zijn om economie en maatschappij weer open te stellen: daar heb je ook heel veel tests op COVID-19 bij nodig, die er nu nog in veel landen niet zijn.

Nieuwsbericht New Europe
Persbericht informele Raad Telecommunicatie
Artikel New Europe
Artikel MIT Technology Review
Artikel Brookings
Artikel McKinsey
Artikel TechUK
Artikel DvhN
Nieuwsbericht Port of Antwerp
Artikel The Atlantic