Ipoort: in ontvangstname NCSRA III (Nieuwspoort)

06-06-2018

Op dinsdag 5 juni werd de derde editie van de National Cyber Security Research Agenda (NCSRA-III) gepresenteerd in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. Eerder op de dag had Mark Bressers namens staatssecretaris Mona Keijzer van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat al het eerste exemplaar in ontvangst genomen. 

De NCSRA is opgesteld als leidraad voor publiek-private samenwerking binnen het nationale onderzoek naar digitale veiligheid. Het onderzoek is verdeeld over vijf pijlers: ontwerpen, verdedigen, aanvallen, governance, en privacy. Elke pijler heeft bijdragen nodig vanuit de informatica, de techniek, de sociale wetenschappen en de geesteswetenschappen. De NCSRA-III wordt uitgebracht door dcypher, het Nederlands platform voor hoger onderwijs en onderzoek op het terrein van digitale veiligheid. 

Waar in andere landen het onderzoek naar digitale veiligheid sterk is verkaveld, heeft Nederland er in de NCSRA-III bewust voor gekozen om verbindingen te leggen tussen de afzonderlijke cybersecurity-disciplines, vertelt Michel van Eeten, hoogleraar Governance of Cybersecurity, ter introductie op de nieuwe onderzoeksagenda. Dat is ook het grote verschil met de vorige agenda, die in 2013 verscheen. Van Eeten laat in een grafiek zien hoe de investeringen in het onderzoek naar digitale veiligheid de afgelopen jaren zijn teruggelopen. “We hopen dat deze agenda eraan bijdraagt om die trend te keren”, besluit hij zijn inleiding.

NCSRAIII-In%20ontvangstname.jpg

Jan Piet Barthel, directeur van dcypher, overhandigde vervolgens een exemplaar van de agenda aan Patricia Zorko, directeur cybersecurity van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, aan Stan Gielen, voorzitter van de Raad van Bestuur van NWO en ook aan Henk-Jan Vink, directeur van TNO-ICT. 

NCSRAIII-Patricia%20Zorko.jpg

“Ik ben trots op de stappen vooruit die met deze nieuwe onderzoeksagenda zijn gezet”, reageert Zorko. “Die hebben we ook nodig om Nederland een stevige kennispositie te bezorgen in het cybersecurity-onderzoek. We willen de dalende trend in de onderzoeksfinanciering keren door nog in 2018 een eerste stap vooruit te zetten. Vijf ministeries − Defensie, Economische Zaken & Klimaat, Justitie & Veiligheid, Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties en Buitenlandse Zaken−  hebben inmiddels anderhalf miljoen euro bij elkaar gelegd om te investeren in cybersecurity-onderzoek. Maar we zijn nog niet tevreden. Er moet nog meer gebeuren.”

Namens onderzoeksfinancier NWO reageert Stan Gielen: “Ik ben blij dat deze agenda verschillende componenten van het cybersecurity-onderzoek bij elkaar brengt en ook de gedragscomponent meeneemt. Wat betreft de financiering kan ik aankondigen dat er in het kader van het topsectorenbeleid een oproep aankomt voor onderzoeksvoorstellen op het terrein van cybersecurity met een totaal budget van vijf miljoen euro.”

“De multidisciplinariteit van deze agenda spreekt me zeer aan”, vervolgt Henk-Jan Vink van TNO. “Voor TNO is de NCSRA leidend in wat we doen. Voor ons is belangrijk dat we de keten van fundamenteel onderzoek naar concrete toepassingen sluiten. En daarom is het ook goed om te zien dat NWO, TNO en de ministeries in de afgelopen jaren nauwer zijn gaan samenwerken. Ik zie de NCSRA ook niet alleen als een kans voor het onderzoek, maar ook voor het onderwijs. Goede mensen zijn schaars en het zou goed zijn om er daar meer van te hebben.”

De lancering van de nieuwe onderzoeksagenda werd besloten met een paneldiscussie waaraan behalve Patricia Zorko en Stan Gielen ook D’66-kamerlid Kees Verhoeven, CEO van Riscure Marc Witteman en hoogleraar systems security Herbert Bos meedoen.  

Kees Verhoeven is mede-indiener van een Tweede-Kamermotie die vraagt om een ambitieuzere inzet in cybersecurity-onderzoek. Hoewel de motie is aangenomen, is er nog geen reactie vanuit het kabinet gekomen. “Als het antwoord lang duurt, heb je meestal een goede vraag gesteld”, zegt Verhoeven. “Maar er moet nu wel snel een reactie komen, want we moeten meters gaan maken.”

Marc Witteman benadrukt dat de taak van bedrijfsleven niet zozeer is om geld te stoppen in een onderzoekspotje, maar wel om nieuwe producten en diensten te ontwikkelen in samenwerking met universitaire onderzoekers. “Bovendien kunnen bedrijven een belangrijk klankbord voor de universiteiten zijn om ze bij de les te houden. Wij hebben goed zicht op wat de prangende vragen zijn.”

Hoogleraar Herbert Bos gaat in op het aantal benodigde promovendi: “Jaarlijks komen er ongeveer 2500 nieuwe banen bij voor cybersecurity-professionals. Als je aanneemt dat ongeveer een procent daarvan op het hoogste niveau moet zijn opgeleid, dus met een promotieonderzoek achter de rug, dan zouden we dus 25 promovendi per jaar moeten opleiden. Maar we hebben 25 promovendi afgeleverd in vijf jaar tijd, tussen 2013 en 2018. Dat is dus eigenlijk vijfmaal te weinig. Het goede nieuws is wel dat het niveau van het wetenschappelijk onderzoek omhoog is gegaan en dat we als onderzoeksgemeenschap beter georganiseerd zijn.”

Stan Gielen besluit de paneldiscussie met de opmerking dat de NCSRA-III de inhoudelijke basis gaat vormen voor het cybersecurity-onderzoeksprogramma van de komende jaren. “We kunnen hier weer vier of vijf jaar mee vooruit.”

Met dank aan sessievoorzitter Peter Zinn

Zie ook:

 

Tekst: Bennie Mols
Foto's: Sjoerd van der Hucht