Kabinet brengt miljardenbezuiniging op hoger onderwijs in kaart

30 april 2020

Met hulp van de hoger onderwijskoepels heeft het kabinet ruim 5 miljard euro aan mogelijke bezuinigingen in kaart gebracht voor het hoger onderwijs. Nu er een recessie nadert, lijken de theoretische opties plotsklaps heel realistisch.

Een algehele lumpsumkorting van 1,9 miljard euro. Nederlands verplichten in het hoger onderwijs om de internationale instroom een halt toe te roepen. Masteropleidingen niet meer bekostigen. Hbo-opleidingen met een jaar inkorten, of de studievoorschotopbrengsten terugdraaien. Dit is een greep uit de voorstellen van een werkgroep die het kabinet adviseerde over een toekomstig beleid bij een economische neergang. Bij elkaar kunnen deze bezuinigingen voor het hbo oplopen tot 3,1 miljard en voor het wo tot 2,3 miljard euro.

Het kabinet heeft niet direct het voornemen om deze maatregelen door te voeren. Ze zijn vooral bedoeld ter inspiratie voor politieke partijen die momenteel druk zijn met het schrijven van de verkiezingsprogramma’s. En ze moeten het toekomstige kabinet beleidsopties geven. Maar met een recessie voor de deur ten gevolge van de coronacrisis, zijn de overwogen beleidsopties ineens niet meer louter theoretisch te noemen.

Inspiratie voor beleid bij economisch teruggang

Op verzoek van de Kamer zijn in totaal zestien rapporten opgesteld die politiek moeten voorbereiden op een volgende neergaande conjunctuur of economische crisis. Dit naar aanleiding van een motie van Kamerlid Sneller die in het najaar vroeg om een dergelijk overzicht op te stellen. De coronacrisis is hier uiteraard nog niet in meegenomen. Eén van de rapporten gaat over talentontwikkeling, en daarin worden de mogelijke bezuinigingen voor het hoger onderwijs uit de doeken gedaan.

Deze hervormingen zijn opgesteld door een interdepartementale werkgroep, bestaande uit ambtenaren van Algemene Zaken, Binnenlandse Zaken, Financiën, Sociale Zaken, VWS en ook OCW, waaronder de directeur hoger onderwijs van het ministerie, Feite Hofman. Er zijn expertsessies gehouden en er zijn een groot aantal gesprekken gevoerd met verschillende experts en deskundigen uit het veld.

Er is voor het rapport ‘Ongekend talent’ gesproken met prominenten uit het hoger onderwijs, waaronder VSNU-directeur Babs van den Bergh, haar directe collega bij de VH en oud-OCW ambtenaar Ron Minnée, maar ook collegevoorzitter van de Universiteit van Amsterdam Geert ten Dam, voorzitter van Windesheim Henk Hagoort en oud-collegevoorzitter van Fontys Nienke Meijer.

Jongeren worden opgeleid voor banen die er niet zijn

Het rapport zelf gaat dieper in op het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Op basis van literatuuronderzoek, interviews en expertsessies is door de werkgroep een aantal knelpunten gedefinieerd. Een belangrijk uitgangspunt bij de aansluiting op de arbeidsmarkt en onderwijs is dat er minder jongeren worden opgeleid voor beroepen met relatief lage baankansen, zo staat in het rapport.

Regulering van dit aanbod kan door het aanpassen van prikkels in het bekostigingssysteem. In het rapport staat dat de bekostigingssystematiek van onderwijsinstellingen sterk gericht is op studentenaantallen en op de vraag van studenten naar opleidingen, ook als deze opleidingen niet goed aansluiten bij de arbeidsvraag.

meer informatie