Nederlandse cryptografie besliste loop Falkland-oorlog

19 mei 2020

Nederland heeft in 1982 een sleutelrol gespeeld tijdens de Falkland-oorlog. Cryptografen verbonden aan het afluistercentrum TIVC (Technisch Informatie Verwerkingscentrum) te Amsterdam hebben de Britse geheime dienst GCHQ geholpen met het ontcijferen van de versleutelde Argentijnse communicatie tijdens het militaire conflict. Nederland maakte met een paar landen deel uit van de geheime alliantie Maximator. België bijvoorbeeld is nooit gevraagd lid te worden.  
 
Dit blijkt uit een artikel dat professor Bart Jacobs heeft gepubliceerd op het wetenschappelijke publicatieplatform Taylor & Francis Online. De Nijmeegse hoogleraar computerbeveiliging aan de Radboud Universiteit onthult daarin dat Nederland deel uitmaakte van een geheim verbond van vijf EU-lidstaten op gebied van signaal- en crypto-analyse. Bijna vijftig jaar leidde deze alliantie onder de naam Maximator een verborgen bestaan.

In tegenstelling tot haar Anglosaksische tegenhanger Five-Eyes bleef Maximator al die jaren onder de oppervlakte. Cybersecurity-deskundige Jacobs is de eerste die over dit verbond schrijft. Hij sprak met diverse voormalige Maximator-medewerkers. Veel landen wilde later lid worden van dit geheime verbond. Maar de oprichters Denemarken, Zweden en Duitsland vonden aanvankelijk alleen de Nederlandse technische en cryptografische kennis van voldoende niveau. Veel later kwam Frankrijk daar nog bij. Spanje en Italië werden bijvoorbeeld afgewezen.

Ontcijfering

Vanaf het voormalige Marineterrein op Kattenburg in Amsterdam, waar inmiddels allerlei starters zitten, konden TIVC-medewerkers het geheime militaire en diplomatieke berichtenverkeer van de gevreesde Argentijnse junta volgen. Dit gebeurde al voordat de oorlog om de Falkland-eilanden was begonnen. Anders dan de juntaleiders hadden gedacht reageerden de Britten snel op de Argentijnse bezetting. Dit kon mede omdat Nederland als een van de weinige landen over bijzondere cryptografische kennis beschikte die Engeland ontbeerde.

Toen de oorlog uitbrak vroegen de Britten Nederland om bijstand. De hulp die Nederland verleende bij de ontcijfering, bleek cruciaal bij de snelle herovering van de Falkland-eilanden. Argentinië had encryptie-apparaten van het Zwitserse Crypto AG, een bedrijf dat in handen was van de CIA en de Duitse geheime dienst BND. Door ingrepen van beide diensten konden de machines die aan Argentinië waren verkocht, worden gekraakt. De Britten hadden er echter geen flauw idee van hoe dat in zijn werk ging. Argentinië was aan de aandacht van de GCHQ ontsnapt. Nederland had daar als lid van de Maximator-alliantie wel kennis van. Een expert van de TIVC reisde naar de GCHQ om de werking van de Argentijnse encryptie-apparaten uit te leggen. 
 
Schuifregisters

Overigens werd de kennis over de algoritmes die bepaalde landen in hun (opzettelijk verzwakte) encryptie-apparaten gebruikten, niet algemeen gedeeld. De uitwisseling was bilateraal, zo stelt prof. Bart Jacobs. Zo stond Nederland op gebied van cryptografie alleen met Duitsland en Denemarken in verbinding. Elk land deed zijn eigen ontcijferingen.

Ieder Maximator-lid werd geacht zelf uit te maken hoe het beste gebruik kon worden gemaakt van de zwakke plekken in de algoritmes van de apparaten. De kunst was om correlatie-aanvallen op schuifregisters te gebruiken. Deze techniek die Nederland prima beheerste, werd pas eind jaren ‘80 publiek. In de beginperiode van Maximator was versleuteling nog een kwestie van hardware. Cryptografische algoritmes werden als het ware ‘gebakken’ in speciale chips. Pas later kwam hier software bij te kijken.

Behalve op crypto-analyse richtte Maximator zich ook op signaalanalyse. Ook hier had Nederland haar partners veel te bieden. De alliantie werd in 1976 op Deens initiatief opgericht. De opkomst van satellietcommunicatie was een belangrijke reden tot samenwerking. Nederland onderschepte signalen vanaf antennes bij Eemnes en satellietschotels bij Burum en Zoutkamp. Vanaf Curaçao werden Venezuela en Cuba afgeluisterd.
 

meer informatie