Privacy onder druk omwille van gezondheid

16 april 2020

In de strijd tegen het coronavirus wordt technologie nu vergaand ingezet. En dat wringt met de privacy en individuele vrijheid. Heiligt het doel de middelen nu? Hoever kun je hierin gaan als democratisch land, vragen Thijs Pepping, Menno van Doorn en Sander Duivestein zich af.

Nood breekt wetten. Ten tijde van corona worden ingrijpende maatregelen genomen in de strijd tegen het virus. Burgemeesters krijgen extra bevoegdheden om nieuwe maatregelen zoals groepsvorming flink te beboeten. In de surveillancesamenleving van China zijn dergelijke maatregelen relatief makkelijk te handhaven. Dankzij miljoenen gezichtsherkenningscamera’s wordt elke beweging van de Chinees gevolgd.

De bevolking is bovendien verplicht lichaamstemperatuur en medische toestand te rapporteren. Daarmee zijn de Chinese autoriteiten in staat snel vermoedelijke coronavirusdragers te identificeren. De smartphone van de burger werd de toegangspoort tot stad en openbaar vervoer. Apps waarschuwen burgers voor de nabijheid van geïnfecteerde patiënten. Ook in de VS is de overheid inmiddels in overleg met techgiganten Google, Facebook en anderen voor de inzet van digitale locatiegegevens ter bezwering van de pandemie.

Dichter bij huis over de Belgische grens vliegt een drone boven Brussel die mensen via een luidspreker vraagt afstand te bewaren. Allemaal vergaande inzet van technologie als belangrijk hulpmiddel in de strijd tegen het coronavirus. De vraag is hoe ver dat mag gaan in een democratisch land waar privacy en individuele vrijheid gekoesterd moeten worden. Als gezondheid het grootste goed is, moeten deze grenzen dan doorbroken worden?

meer informatie