Reactie op Cybercrime verdrag VS en Nederland

3 december 2012

Het “cybercrime verdrag” tussen de VS en Nederland en de betrouwbaarheid van berichtgeving  en journalistiek op internet. Op 23 februari 2012 verschenen de eerste berichten over een Verdrag ter bestrijding van computercriminaliteit tussen de VS en Nederland dat door minister Opstelten was ondertekend.

De voorbereiding van dit verdrag was verbazingwekkend goed stil gehouden aangezien ik hier niets van had vernomen en doorgaans goed ingelichte bronnen hiervan ook niet op de hoogte waren. Er was geen voorafgaand overleg in de Kamer geweest, noch was enige tekst aan de kamer en kabinet voorgelegd. Had de minister in een vlaag van grootheidswaanzin op een onbewaakt moment zo maar een verdrag gesloten met de Verenigde Staten?

Aangezien de verschillende internet nieuwsbronnen als nu.nl, binnenlands nieuws.nl, de pers.nl, computable.nl, webnews.nl, etc. de ondertekening van dit verdrag  bevestigden namen ook andere landelijke media de berichtgeving over. Fok.nl stelde zelfs panisch dat dit het eind van internet zou betekenen.

Ook op de NOS site van radio 1 stond een interview met Opstelten, voorzien van de inleidende tekst verwijzend naar het verdrag dat Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie in Washington met zijn Amerikaanse collega Napolitano  had gesloten over de aanpak van cybercrime en het vergroten van de veiligheid op internet.  Het moest dus wel waar zijn. Minister Opstelten bevestigde in het interview de ondertekening van het verdrag. Inhoudelijk ging het met name om de uitwisseling van informatie en onderzoek naar de kwetsbaarheid van vitale infrastructuren, de economische structuur, de energievoorziening, banken en luchthavens, zo stelde hij. Kortom, het betrof hier een van de belangrijkste verdragen van deze eeuw op het gebied van cybersecurity zo scheen het.

Wat was er nu in werkelijkheid aan de hand?

Op 27 februari verscheen op de site van  Computable een nader artikel van Johannes van Bentum, die goed gekeken had naar de site van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO.nl). Daar stond namelijk dat op 21 februari jl., tijdens een gezamenlijke bijeenkomst over cyberbeveiliging op de Nederlandse ambassade in Washington het NWO en het Amerikaanse Department of Homeland Security afgesproken hebben dat Nederland en de Verenigde Staten gezamenlijk wetenschappelijke onderzoeksprojecten zullen financieren op het gebied van Cyber Security.  De bijeenkomst was georganiseerd door het Netwerk van Innovatie Attaches (TWA’s). Hierbij waren ook vertegenwoordigers van het naar Amerikaans voorbeeld recent opgezette Nationale Cyber Security Center (NCSC) aanwezig.

Om deze samenwerking te bevestigen, ondertekenden Janet Napolitano, namens het Amerikaanse ministerie van Homeland Security en Ivo Opstelten namens het ministerie van Veiligheid en Justitie een intentieverklaring. In de verklaring staat dat er aan gezamenlijke security initiatieven wordt gewerkt om een veilig en veerkrachtige ‘cyberomgeving’ te bevorderen.

Inhoudelijk werden vijf gebieden van wederzijds belang werden geïdentificeerd: Cyber Forensics, kwaadaardige software in een mobiele omgeving (malware), grensoverschrijdend identiteitsmanagement, vitale infrastructuren/SCADA en Cloud Computing.

Ook op de site van het NCSC was deze informatie aanwezig hoewel daar in de verklaring sprake was van een iets strijdlustiger toonzetting dan gebruikelijk is bij een gezamenlijk wetenschappelijk onderzoek. Napolitano verklaarde immers dat de samenwerking van belang was om bedreigingen tegen veiligheid en economische stabiliteit aan te pakken’, aldus de site van het NCSC.

Journalistieke fraude bestaat niet; alleen journalistieke vrijheid. Maar een inspanningsverplichting tot onderzoek van bronnen zou niet verkeerd zijn, even als een uitleg aan minister Opstelten over het verschil tussen een intentieverklaring en een verdrag.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rob van den Hoven van Genderen

Bron:switchlegal.nl